Vormen van psoriasis
(februari 2008) door Nicole Paehlig
Psoriasis vulgaris
De één heeft slechts enkele plekken, de ander zit helemaal onder. Maar behalve in allerlei maten komt psoriasis ook in allerlei soorten voor. In deze rubriek komen ze één voor één aan bod. De aftrap is voor psoriasis vulgaris.
De overgrote meerderheid van de mensen met psoriasis, namelijk zo’n tachtig procent, heeft psoriasis vulgaris (‘gewone psoriasis’). Een andere benaming is plaque psoriasis, waarbij plaque het Franse woord is voor plakkaten: door samenvloeien van de psoriasisplekken kunnen grote plakkaten ontstaan.
Kenmerkend voor psoriasis vulgaris zijn de scherp begrensde rode plekken, grillig gevormd en vaak bedekt met zilverachtige schilfers. Voorzichtig krabben over de schilfers maakt de kleur witter. Dit wordt ook wel het kaarsvetfenomeen genoemd.
De plekken variëren in grootte en kunnen overal op de huid voorkomen, maar er is wel degelijk sprake van voorkeursplaatsen: de strekzijden van de ellebogen en de knieën, de onderrug en het behaarde hoofd, vooral langs de haargrens. Psoriasis in het gezicht is een zeldzaamheid. Vaak komen de plekken symmetrisch voor: dan is bijvoorbeeld de linkerelleboog aangedaan en laat de rechterelleboog hetzelfde beeld zien.
Behandeling
Bij psoriasis vulgaris staat de dermatoloog een scala aan behandelingen ter beschikking. De keuze van de behandeling is afhankelijk van de ernst van de klachten (en de schilfering), de ziekteactiviteit, de mate waarin de huidklachten na behandeling terugkeren, de mate van jeuk en individuele factoren van de patiënt, zoals leeftijd, algemene gezondheid maar bijvoorbeeld ook iemands beroep.
Bij een lichte (beginnende) vorm van psoriasis vulgaris valt de keuze bijna automatisch op een lokale therapie. De patiënt krijgt dan medicijnen voorgeschreven in de vorm van een crème, zalf of lotion, die hij op de psoriasisplekken moet aanbrengen. In eerste instantie wordt gekozen voor een vitamine D-preparaat, meestal afgewisseld met een corticosteroïd (hormoonpreparaat). Werkt dit onvoldoende dan kan worden teruggevallen op een sterk corticosteroïd. Het voordeel van corticosteroïden is dat ze meestal snel werken. Continu gebruik heeft als nadeel dat de huid dun kan worden en went aan de preparaten, waardoor de werking afneemt. Bij een behandeling met corticosteroïden wordt na een bepaalde periode begonnen met de onderhoudsfase, waarbij de corticosteroïden worden afgewisseld met een vitamine D- of basissmeersel, zoals vaseline.
Zijn de klachten ernstiger van aard en/of heeft de patiënt al langere tijd psoriasis, dan is een (dag)behandeling met het lokale middel ditranol of teer een logische stap. Of de dermatoloog kiest voor een behandeling met ultraviolet licht, oftewel lichttherapie. Dit gebeurt meestal als lokale behandelingen niet (meer) helpen, als meer dan tien procent van het huidoppervlak is aangedaan of als er veel kleine plekjes zijn. Er zijn twee soorten lichttherapie: UVB en PUVA. In het laatste geval wordt een behandeling met UVA-licht gecombineerd met medicijnen (de P van psoralenen).
Als de huidklachten na behandeling snel terugkeren en/of als er sprake is van uitgebreide psoriasis vulgaris, dan schrijft een dermatoloog een systemische therapie voor. De patiënt slikt dan tabletten of capsules, of krijgt een geneesmiddel toegediend via injecties of een infuus. Tot de systemische behandelingen behoren methotrexaat, acitretine (Neotigason®), ciclosporine (Neoral®), fumaraten en niet te vergeten de biologicals.
De werking van de verschillende behandelingsmethoden berust deels op remming van de overmatige celdelingactiviteit in de opperhuid en deels op onderdrukking van de ontstekingsreacties in de lederhuid. Overigens schrijven artsen ook zeer regelmatig combinatietherapieën voor, waarbij bijvoorbeeld een zalf wordt gecombineerd met lichttherapie of met een systemisch middel.
Met behandeling kan een goede verbetering worden bereikt, maar na beëindiging van de behandeling komen de huidklachten vrijwel altijd weer terug. Wat u zelf nog kunt doen om de klachten te verminderen, is smeren met verzorgende of afschilfering bevorderende crèmes en zalven. Zij maken de huid soepeler, waardoor de plekken minder klachten geven.