Wetenschappelijk onderzoek
2 artikelen
Door Anneke van de Kieft
“Meer dan ooit heb ik het gevoel dat we met belangrijke onderzoeken bezig zijn. Ik verwacht dat we binnenkort met nieuwe resultaten naar buiten kunnen komen over de (mis)communicatie tussen cellen van de opperhuid en het afweersysteem.” Bioloog Joost Schalkwijk, sinds dit voorjaar hoogleraar Experimentele Dermatologie aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud, verricht met zijn team fundamenteel onderzoek naar de oorzaken van psoriasis. Een verrassende conclusie is dat psoriasis niet alleen nadelen heeft; mensen met psoriasis zijn namelijk beter bestand tegen huidinfecties.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik er een beetje tegenop zag om de nieuwe hoogleraar te interviewen. Wat moest ik me bij experimentele dermatologie voorstellen? Zou ik om de oren worden geslagen met technische termen die ik niet zou begrijpen? Niets was minder waar. Joost Schalkwijk haast zich om het woord keratinocyt te vertalen in opperhuidcel en gecompliceerde onderzoeken in een paar eenvoudige woorden samen te vatten. Wellicht scheelt het dat hij familieleden heeft met psoriasis.
Experimentele dermatologie
Miscommunicatie
Vrijwilligers gezocht
Elk nadeel…
Het onderzoeksteam van Schalkwijk houdt zich bezig met fundamenteel onderzoek naar de huid en huidziekten. Dat wil zeggen dat het laboratoriumonderzoek doet, in tegenstelling tot klinische dermatologen, die zich rechtstreeks bezighouden met nieuwe behandelmethoden voor patiënten. In het laboratorium kunnen de onderzoekers, met behulp van gekweekte huidcellen, zowel zieke als gezonde mensenhuid nabootsen. Met deze ‘huidmodellen’ worden allerlei proeven uitgevoerd, vandaar de term experimentele dermatologie. Wat gebeurt er als je bepaalde genen activeert of juist uitschakelt? Wat gebeurt er als je een bepaald geneesmiddel toedient? Gaat de zieke huid zich dan normaler gedragen of juist niet? Groot voordeel is dat, na het afstaan van een stukje huid, de ‘proefpersonen’ geen enkele last ondervinden van deze proeven.
In de volgende fase speelt de farmaceutische industrie een belangrijke rol. Op basis van de fundamentele onderzoeken proberen de farmaceuten nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen. In hun laboratoria hebben zij tienduizenden chemische stofjes in voorraad waarmee ze kunnen experimenteren. Welke stofjes hebben een positieve uitwerking op een bepaalde ziekte? Nieuwe medicijnen worden eerst op dieren uitgetest, vervolgens op gezonde mensen en pas daarna op zieke mensen. Al met al kan het totale proces, van onderzoek tot de werkelijke registratie van een nieuw medicijn, wel twaalf jaar in beslag nemen.
Genenpakket
Ieder mens heeft zo’n 25.000 verschillende genen. Hierin ligt de erfelijke informatie opgeslagen die bepalend is voor ons als individu: niet alleen hoe we eruit zien en wat onze talenten zijn, maar ook onze vatbaarheid voor ziekten. Op eeneiige tweelingen na heeft ieder mens zijn eigen unieke genenpakket. Soms zitten daar ‘foute’ genen bij, genen die een nadelige verandering hebben ondergaan. Belangrijk is om te onderzoeken welke genen een afwijking dragen die psoriasis veroorzaken. Tot voor kort was het alleen mogelijk om één tot een paar genen tegelijk te bestuderen. Ook dat was al een hele klus, want één gen kent talloos veel variaties. Wanneer er meerdere genen in het spel zijn, zoals bij psoriasis, zijn de combinatiemogelijkheden eindeloos, wat het genonderzoek tot een tijdrovende zaak maakte. Sinds een jaar of vijf is het technisch mogelijk om alle 25.000 genen tegelijk te bestuderen. Hierdoor valt veel sneller te ontdekken welke genen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van psoriasis. Zijn bepaalde genen vaker afwijkend bij mensen met psoriasis? De groep genen die een rol lijkt te spelen bij psoriasis kan nu veel sneller aan een uitgebreid onderzoek worden onderworpen.
Het is bekend uit de literatuur dat mensen met psoriasis relatief weinig last hebben van infecties met bacteriën en schimmels. De groep van Schalkwijk meent hiervoor een biologische verklaring gevonden te hebben. De opperhuid van een psoriasispatiënt maakt namelijk veel meer eigen (natuurlijke) antibiotica aan dan die van andere mensen. Iedereen kent antibiotica als penicilline en tetracycline, maar ook de huid en de bekleding van organen die blootgesteld zijn aan bacteriën – longen, darmen – maken eiwitten aan die antibiotica-eigenschappen hebben. Wellicht is dit een van de redenen waarom psoriasis nog steeds bestaat. Als je naar de evolutie kijkt, zie je dat dieren en mensen met ernstige afwijkingen meestal niet overleven; ze sterven uit. Kennelijk heeft psoriasis, een ziekte die al duizenden jaren bestaat, toch een aantal positieve kanten (gehad). Johan Cruijff zei het al: “Elk nadeel heb zijn voordeel.”
En andersom. Zo maakt de huid van mensen met psoriasis niet alleen nuttige antibiotica aan, de huidcellen jagen ook het afweersysteem op hol. De huidcellen geven stoffen af aan het onderliggende weefsel, waardoor de bloedvaatjes onder de huid zich verwijden. Ontstekingscellen uit de bloedvaatjes bewegen zich naar de huid en veroorzaken mede de ontstekingsverschijnselen die zo kenmerkend zijn voor psoriasis.
Lange tijd ging men ervan uit dat de oorzaak van psoriasis in de cellen van de opperhuid lag. De behandeling was dan ook vooral gericht op het aanpakken van de huidcellen met zalven en crèmes. Sinds zo’n twintig jaar komen steeds meer onderzoekers tot de conclusie dat psoriasis een aandoening is van het afweersysteem: een auto-immuunziekte. Een aanwijzing hiervoor was onder meer het geneesmiddel cyclosporine, dat werd gebruikt om het afweersysteem te onderdrukken bij mensen die een transplantatie hadden ondergaan. Het middel bleek ook een gunstige uitwerking te hebben op psoriasis. Volgens Schalkwijk is de wetenschap nu rijp voor een visie die beide zienswijzen met elkaar verbindt: het lijkt erop dat er vooral iets mis is met de communicatie tussen de huidcellen en de witte bloedlichaampjes van het immuunsysteem. De antibiotica die de huid aanmaakt zijn nuttig, maar zorgt er ook voor dat er in het afweersysteem iets niet goed werkt, en omgekeerd beïnvloedt het afweersysteem de huidcellen negatief. Schalkwijk hoopt zijn hypothese binnenkort te kunnen bewijzen. “Het zou een kroon op mijn carrière betekenen als ons onderzoek iets oplevert, waar mensen met psoriasis over niet al te lange tijd ook werkelijk iets aan kunnen hebben. Ik denk daarbij aan de ontwikkeling van geneesmiddelen die zich richten op het afremmen van de wederzijdse activering van opperhuid en afweersysteem.”
Tot slot nog een verzoek van Schalkwijk: zijn team is altijd op zoek naar mensen met psoriasis die willen meewerken aan onderzoek. Dit kan inhouden: het afstaan van een klein stukje huid voor celkweek, het geven van bloed of het verzamelen van huidschilfers. Fundamenteel onderzoek kan gewoon niet plaatsvinden zonder de medewerking van vrijwilligers. Wilt u zich opgeven, neem dan contact op met mevrouw drs. M. Kooijman-Otero, telefoon 024-3613270 (alleen ’s ochtends), e-mail: M.Otero@derma.umcn.nl
Meer onderzoek nodig
Aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen wordt samengewerkt met collega’s in binnen- en buitenland. Toch is wetenschap een competitief gebeuren, want iedere wetenschapper wil graag als eerste naar buiten komen met belangrijke nieuwe resultaten. En dat is maar goed ook, want op deze manier dwingen de onderzoekers elkaar om tempo te maken. Goed voor de patiënt!
Helaas zijn er voor psoriasisonderzoek nauwelijks financiële fondsen beschikbaar, zoals die wel bestaan voor ziekten als kanker, reuma, diabetes en hart- en vaatziekten. Dat is jammer, want psoriasis komt relatief vaak voor (circa 2% van de Nederlandse bevolking) en er is meer onderzoek nodig. Het is voornamelijk de overheid die onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in beperkte mate mogelijk maakt. Door zonder ophouden aandacht te vragen voor psoriasis in de media, bij dermatologen, bij farmaceuten, in de politiek en bij zorgverzekeraars weet de Psoriasis Vereniging Nederland steeds meer bekendheid te geven aan psoriasis en is het steeds duidelijker dat er meer onderzoek moet komen naar deze huidaandoening.
Door Nicole Paehlig
Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek
Om het niveau van de gezondheidszorg op peil te houden, of liever zelfs nog verder te verbeteren, is wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk. Vaak wordt een beroep gedaan op patiënten om aan zo’n onderzoek mee te doen. Mocht u deelname overwegen, realiseer u dan dat dit altijd op basis van vrijwilligheid moet plaatsvinden. Welke regels gelden er nog meer voor medisch-wetenschappelijk onderzoek? Hebt u als deelnemer ook plichten? En zijn er eventuele risico’s aan verbonden?
Medisch-wetenschappelijk onderzoek vindt plaats om betere behandelingen voor ziekten te vinden of bestaande behandelingen te optimaliseren. Maar ook om te bewijzen dat een nieuw geneesmiddel werkt en voldoende veilig is, zodat het op de markt kan worden gebracht. De onderzoekers gaan dan na of er bijwerkingen zijn en of de nieuwe behandeling aan de verwachtingen voldoet. Dit is alleen mogelijk met de medewerking van ‘proefpersonen’.
Niet alle medisch-wetenschappelijk onderzoek wordt door artsen gedaan. Ook andere beroepsgroepen in de gezondheidszorg kunnen om uw medewerking vragen. En behalve in ziekenhuizen wordt er veel onderzoek gedaan in speciale onderzoekscentra of wetenschappelijke instituten. Regelmatig testen onderzoekers in opdracht van een farmaceutisch bedrijf een nieuw geneesmiddel uit.
Risico’s
Onderzoek is erop gericht om onze kennis te vergroten. Toch moet er altijd een afweging worden gemaakt tussen het belang van het onderzoek en de eventuele nadelen voor de proefpersonen. Eenderde van de ziekenhuizen is uitgerust met een medisch-ethische toetsingscommissie, die van tevoren elk medisch-wetenschappelijk onderzoek toetst dat bij mensen wordt gedaan. Een dergelijke commissie dient erkend te zijn door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Pas als aan alle regels is voldaan en de onderzoeksvoorstellen zijn goedgekeurd door een erkende commissie, mag een onderzoek doorgang vinden. Jaarlijks gaat het om honderden onderzoeksvoorstellen die door de verschillende toetsingscommissies worden beoordeeld. De CCMO registreert deze allemaal.
Heeft een onderzoeksvoorstel eenmaal groen licht gekregen, dan kunt u er als deelnemer op vertrouwen dat u niet voor onnodige risico’s komt te staan. Dat neemt niet weg dat u toch risico kunt lopen. De behandelingen die worden onderzocht zijn vaak nieuw, wat betekent dat nog niet alle bijwerkingen en risico’s bekend zijn. Dat is immers een belangrijk doel van het onderzoek: het opsporen van de effecten van de behandeling. Hoe groot het risico is hangt af van het soort behandeling, de patiënt en zijn gezondheid. Vanzelfsprekend doen de onderzoekers er alles aan om het eventuele risico zo klein mogelijk te maken. Dit zijn zij verplicht. En voordat het onderzoek echt van start gaat, wordt u uitgebreid geïnformeerd over de mogelijke risico’s. Op basis van die informatie zult u zelf een afweging moeten maken tussen de eventuele voor- en nadelen. Daarna beslist u of u meedoet aan het onderzoek of niet.
Geneesmiddelenonderzoek
Veel wetenschappelijk onderzoek is gericht op nieuwe geneesmiddelen. Voordat artsen een nieuw middel bij proefpersonen uittesten, zijn er al allerlei onderzoeken in laboratoria aan voorafgegaan. Als daaruit is gebleken dat het nieuwe medicijn goede resultaten zou kunnen opleveren, testen onderzoekers of het werkt bij proefdieren en of er bijwerkingen zijn. Pas als uit dierproeven naar voren is gekomen dat het middel werkt en bovendien veilig lijkt, volgt een onderzoek onder mensen.
Meestal vindt het onderzoek onder mensen in verschillende fasen plaats. Bij de eerste fase is een klein aantal proefpersonen betrokken, doorgaans gezonde vrijwilligers, bij wie de bijwerkingen en neveneffecten worden gemeten. In de volgende fasen doen er patiënten mee, eerst in kleine en later in grotere groepen.
Opzet
Vaak is een onderzoek zo opgezet dat een nieuwe behandeling met een bestaande behandeling wordt vergeleken. Hiervoor worden de proefpersonen in groepen verdeeld. Om de groepen zo goed en objectief mogelijk met elkaar te kunnen vergelijken vindt een soort loting (randomisatie) plaats. Het toeval bepaalt dan in welke groep de deelnemers terechtkomen. In veel gevallen wordt een onderzoek dubbelblind uitgevoerd. Zowel u als uw behandelend arts weten dan niet in welke groep u bent ingedeeld. In geval van nood is dit trouwens wel te achterhalen.
Soms wil een onderzoeker weten of het positieve effect van een behandeling alleen aan deze behandeling is toe te schrijven. Er kunnen namelijk nog meer factoren van invloed zijn op de werking. In dat geval wordt een nieuwe behandeling vergeleken met een placebo, een nepmedicijn. Een placebo ziet er hetzelfde uit als het te onderzoeken middel maar bevat geen werkzame bestanddelen. Onderzoek met een placebo mag voor de deelnemers uiteraard geen nadelige gevolgen hebben. De onderzoekers en de medisch-ethische commissie zijn hier alert op.
Als u wordt gevraagd
Wanneer u wordt gevraagd om deel te nemen aan een medisch experiment, zal het onderzoek eerst met u worden besproken. De informatie die mondeling aan u wordt verstrekt, krijgt u ook op papier. Gebeurt dit niet, vraag er dan naar.
Om welke informatie gaat het zoal? Allereerst krijgt u te horen wat het doel is van het onderzoek en welke behandeling wordt onderzocht. Ook de opzet komt ter sprake. Verder welke voor- en nadelen er mogelijk zijn, de eventuele extra belasting die het onderzoek met zich meebrengt, en wat er precies van u wordt verwacht.
De onderzoeker hoort u bovendien te vertellen wat uw rechten en plichten zijn. Zo is het uw recht om zelf te bepalen of u meedoet aan een onderzoek. U bent dit nooit verplicht. En als u niet deelneemt, mag dit geen consequenties hebben voor uw behandeling. Ook hebt u recht op het ontvangen van informatie en het stellen van vragen. Voorafgaand aan het onderzoek, maar ook tijdens en na het onderzoek.
Nadat u alle informatie hebt ontvangen, krijgt u bedenktijd. Het is verstandig om in die periode alle voors en tegens naast elkaar te zetten, en eventueel met mensen in uw omgeving over deelname van gedachten te wisselen. Mocht u nog meer informatie of uitleg willen krijgen, dan leest u in de schriftelijke informatie bij wie u daarvoor terecht kunt. Ook kunt u advies inwinnen bij een onafhankelijke arts, wiens naam u aantreft in de schriftelijke informatie, of bij uw eigen arts.
Beslist u uiteindelijk om aan het onderzoek deel te nemen, dan moet u hiervoor schriftelijk toestemming geven. Na ondertekening van het toestemmingsformulier kunt u zich overigens nog op ieder moment uit het onderzoek terugtrekken. Vanzelfsprekend worden de gegevens die tijdens het onderzoek over u worden verzameld, vertrouwelijk behandeld.
Naast rechten hebt u als proefpersoon ook plichten. Als u bijvoorbeeld wordt verzocht om nuchter bij een onderzoek te verschijnen, moet u zich daaraan houden, omdat de uitkomsten anders niet betrouwbaar zijn. Over uw plichten wordt u van tevoren geïnformeerd.
Verzekering
Hoewel er alles aan wordt gedaan om het onderzoek zo goed mogelijk te laten verlopen, kunnen zich toch onvoorziene problemen voordoen. Eventuele schade door het onderzoek kan worden vergoed door de risicoverzekering die speciaal voor het onderzoek is afgesloten. Om voor een schadevergoeding in aanmerking te kunnen komen, moet u zich wel aan uw plichten en de instructies hebben gehouden. In de schriftelijke informatie leest u bij welke verzekeraar u kunt aankloppen in geval van schade.
Medisch-ethische toetsingscommissie
In een erkende medisch-ethische toetsingscommissie hebben niet alleen artsen zitting, maar ook een verpleegkundige, een ziekenhuisapotheker, een huisarts, een psycholoog, een klinisch epidemioloog, een deskundige op het gebied van medische ethiek, een jurist en iemand die het onderzoek beoordeelt vanuit het oogpunt van de patiënt. De commissie gaat onder andere na of het onderzoek zinvol is en niet te veel risico’s met zich meebrengt. Ook moet er voor de proefpersonen voldoende schriftelijke informatie beschikbaar zijn. Wanneer de commissie bijvoorbeeld van mening is dat er aan een onderzoek te veel nadelen kleven voor de deelnemers, zal zij geen goedkeuring verlenen. Het onderzoek moet dan worden aangepast. Geeft een medisch-ethische toetsingscommissie wel haar goedkeuring aan een onderzoek, dan wil dat overigens niet zeggen dat zij u adviseert eraan deel te nemen. Alleen u kunt hierover beslissen.
Sinds eind 1999 bestaat er voor onderzoek met mensen de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). De WMO heeft tot doel proefpersonen te beschermen. Daartoe zijn onder andere een aantal zaken verplicht gesteld, zoals het bieden van schriftelijke informatie en geven van voldoende bedenktijd.
Bron: Medisch-wetenschappelijk onderzoek, voorlichtingsbrochure van het VU Medisch Centrum, Amsterdam, 2004
Meer informatie: Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, Postbus 16302, 2500 BH Den Haag, telefoon 070-3406700, e-mail ccmo@ccmo.nl, www.ccmo.nl.