Handenteam
Door Corina de Feijter
Dankzij handenteam weer uit de voeten
Pijn bij bepaalde handelingen, of sommige dagelijkse dingen niet meer kunnen: veel mensen met een reumatische aandoening, waaronder artritis psoriatica (AP), hebben daar last van. Ze kunnen op een aantal plaatsen in ons land terecht bij een ‘handenteam’. Diverse hulpverleners werken in dit team samen, met als doel het verbeteren van de handfunctie. Florus van der Giesen, fysiotherapeut en coördinator van het handenteam in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), legt uit wat dit handenteam doet.
Bij AP, maar ook bij andere reumatische aandoeningen, ontsteken de gewrichten. Bij AP worden ook de eindgewrichten van de vingers aangetast. Dit levert patiënten problemen op met hun handen. Ze kunnen bijvoorbeeld geen blik meer openen of de sleutel in het slot niet omdraaien. Het handenteam van het LUMC kan hen helpen. Het bestaat sinds 2000. Het is een multidisciplinair team en dat houdt in dat diverse hulpverleners - een reumatoloog, orthopedisch chirurg, revalidatiearts, ergotherapeut en fysiotherapeut - er deel van uitmaken. “We behandelen patiënten met complexe handproblemen als gevolg van een reumatische aandoening. Het gaat vooral om mensen met reumatoďde artritis en artritis psoriatica”, zegt Van der Giesen. Het handenteam is opgericht omdat reumatologen op de polikliniek inzagen te weinig tijd en kennis te hebben om patiënten met complexe handproblemen goed te helpen. “Bovendien willen we de kwaliteit van zorg verbeteren en zorgen dat er meer uniformiteit komt bij het stellen van de diagnose en de behandeling.”
Jaarlijks behandelt het team circa dertig patiënten. Helaas is er een wachttijd van vier maanden. Vanwege organisatorische en financiële problemen is het niet mogelijk om meer mensen te behandelen. De patiënten komen voornamelijk uit de regio.
Diagnose en behandeling
De reumatoloog verwijst een patiënt door naar het handenteam. “De patiënt meldt zich aan bij ons en krijgt eerst een informatiefolder en een vragenlijst. We proberen in eerste instantie zo goed mogelijk een beeld te krijgen van de handfunctie in het dagelijks leven. Bij de eerste afspraak zijn de reumatoloog, de fysiotherapeut en de ergotherapeut aanwezig om de diagnose te bepalen. Er worden ook foto’s gemaakt. Bij de tweede afspraak zijn ook de revalidatiearts en de orthopedisch chirurg erbij, en dan stellen we gezamenlijk een behandelplan op. We kiezen dan voor een behandeling door de fysiotherapeut of een operatie. Vaak gaat het om een combinatie van deze twee. Het behandeltraject duurt niet langer dan een maand.”
Handfunctie verbeteren
Het handenteam richt zich op het verbeteren van de handfunctie. “We dachten eerst dat patiënten kwamen om cosmetische redenen, omdat ze hun handen niet mooi vonden. Maar ze komen omdat ze pijn hebben, of kracht missen in hun handen. Of ze hebben problemen bij het uitvoeren van bepaalde handelingen, zoals het oppakken van zware dingen. Kracht is iets wat we kunnen trainen, al komt het voor dat de anatomische voorwaarden daarvoor niet meer aanwezig zijn. We kunnen mensen leren hoe ze hun handfunctie zo lang mogelijk op een bepaald niveau houden. Of hoe ze hun gewrichten kunnen beschermen. We leren ze om de belasting zo laag mogelijk te houden, door bijvoorbeeld iets met twee handen te pakken. Ook door oefeningen kunnen we de beweeglijkheid van de handen en gewrichten vergroten. Verder leren we mensen om bepaalde handelingen anders uit te voeren. We richten ons dus niet alleen op kracht en beweeglijkheid, maar ook op het beschermen van de gewrichten.”
Hulpmiddelen bieden in een aantal gevallen ook uitkomst. “Met aangepast bestek bijvoorbeeld kunnen mensen met minder belasting op de gewrichten weer met mes en vork eten.”
Van der Giesen vertelt dat sommige patiënten zich ongerust maken. “Ze zijn bang dat ze invalide worden, of dat hun handfunctie steeds verder achteruit gaat. Soms kunnen we ze dan geruststellen. Soms kunnen we echter niet veel meer doen, omdat de gewrichten door de aandoening te veel zijn aangetast. De patiënten zijn blij met de aandacht die wij hun geven. Ze kunnen in het dagelijks leven weer beter uit de voeten.
Balans
Algemene adviezen kan Van der Giesen niet geven. “We bieden echt zorg op maat. We proberen een balans te zoeken tussen rust en bewegen. Sommige patiënten moet je aansporen om meer te bewegen, en anderen juist afremmen. Je handen niet meer gebruiken of zo min mogelijk gebruiken is zeker niet goed. Als je pijn hebt, doe je bepaalde dingen niet meer, maar je komt dan in een vicieuze cirkel terecht en die moet je doorbreken. Oefenen met je handen kan geen kwaad, dat tast de gewrichten niet extra aan. We proberen mensen inzicht te geven in hoe ze bewegen. Door op een andere manier handelingen uit te voeren, kun je de schadelijke belasting van de gewrichten weghalen.”
Meerwaarde
Wat is de meerwaarde van dit handenteam? “De meerwaarde is dat we in een relatief korte tijd met verschillende hulpverleners die elk hun specialisatie hebben, de problemen in handfunctie in kaart brengen. Door op hetzelfde tijdstip bij elkaar te komen, een diagnose te stellen en een behandelplan te maken, voorkomen we dat patiënten van de ene naar de andere specialist moeten. Het probleem is dat de verschillende hulpverleners meestal niet goed met elkaar communiceren. In het handenteam weten de hulpverleners allemaal wat er met iemand aan de hand is en de behandelingen worden goed op elkaar afgestemd. Een patiënt hoeft niet meer te shoppen langs diverse specialisten.”
Ook op andere plaatsen in Nederland zijn er handenteams, zoals in Groningen en Amsterdam. “We hebben onderling contact en analyseren ook de klachten van patiënten. We proberen in beeld te brengen welke problemen ze hebben en wat daaraan wordt gedaan. We gaan na of we op de goede weg zitten en proberen zo de zorg te verbeteren”, besluit Van der Giese
“Het scheelt me een hoop borden”
“Eigenlijk heb ik al ruim twintig jaar last van mijn handen, al vanaf mijn 21ste, toen ik artritis kreeg”, vertelt Astrid. “Ik deed soms wel oefeningen om te zorgen dat mijn handen soepel bleven, maar die oefeningen verwaarloosde ik na een tijdje. Mijn klachten verergerden, ik had chronische pijn aan mijn handen en stijve vingers. Het lukte me niet goed meer om de huissleutel in het slot om te draaien, ik liet borden uit mijn handen vallen en een vel papier volschrijven lukte me niet meer. Gelukkig had het geen gevolgen voor mijn werk als medisch illustrator, want ik werk voornamelijk met de computer.”
Haar reumatoloog in het LUMC stuurde haar door naar het handenteam. “Ik volgde de gebruikelijke route, vulde de vragenlijst in en kreeg een vervolgafspraak. De fysiotherapeut gaf mijn eigen fysiotherapeut adviezen over aanvullende oefeningen om mijn handen soepel te houden en de ergotherapeut zorgde ervoor dat ik nu een sleutelvergroter heb. Het scheelt me een hoop borden, al laat ik af en toe nog iets vallen.”
Ze concludeert dat ze er veel baat bij heeft. “Voor mij geldt: ik ben weer bij de les gebracht.”